Koloniale portzegels

Penvernietigingen en penbewerkingen op zegels van de emissie 1852

koloniale-portzegels-img-pageIn het 47e Jaaroverzicht staat ergens de verzuchting: ”Hoeveel verzamelaars verdiepen zich in de oudste portzegels van Nederlands-Indië, Curaçao en Suriname?” Portzegels worden ten onrechte vaak stiefmoederlijk behandeld. Misschien vinden veel verzamelaars de tekening van de portzegels saai. Het duidelijke ontwerp van J.A.Schmidlin is vooral heel functioneel. Maar wij garanderen de verzamelaar dat achter deze portzegels een fascinerend verzamelgebied schuilgaat.

Er moet wel wat moeite voor worden gedaan. De belangrijkste stap is het zich willen verdiepen in deze zegels.

Kijkt u eens naar de tweekleurige portzegels met zwart waardecijfer van Nederlands-Indië (nrs. 5-13), Curaçao (nrs. 1-10) en Suriname (nrs.1-8). De Speciale Catalogus van de NVPH vermeldt typen, tandingen en plaatfouten. Probeert u eens antwoord te vinden op de volgende vragen:

  • Welke overeenkomsten zijn er met de Nederlandse portzegels (nrs. 3-12)?
  • Welke verschillen zijn er met de Nederlandse portzegels?
  • Waarom zijn er overeenkomsten en verschillen met de Nederlandse portzegels?
  • Wat zijn de onderlinge overeenkomsten en verschillen van de 3 koloniale emissies?
  • Waarom bestaat er geen type IV van Curaçao en van de 30 cent Nederlands-Indië?
  • Waarom bestaat er van de 5 cent van Nederlands-Indië geen type IV in de tanding 11½ : 12?
  • Wat zijn clichés en zettingen?
  • Zijn deze portzegels te platen en zo ja, hoe?
  • Waarom zijn sommige waarden, typen, tandingen en plaatfouten zo duur?
  • Wat is de oplage van de verschillende typen en tandingen?
  • Welke combinaties van typen zijn er te vinden in paren, blokken, veldelen?
  • Hoe zijn de verschillende typen verdeeld over het vel?
  • Wanneer zijn de verschillende waarden uitgegeven?
  • Waarvoor zijn de verschillende waarden uitgegeven?
  • Zijn er nog meer plaatfouten dan de gecatalogiseerde?
  • Waarom zijn er plaatfouten die type V en VI worden genoemd?
  • Hoe zijn vervalsingen (Fournier) te herkennen?
  • Bestaat er literatuur en zo ja, welke en waar verkrijgbaar?

Literatuur bestaat en bestudering ervan levert u kennis op, met als gevolg nog meer verzamelplezier.

Veel van de bovenstaande vragen worden beantwoord als u het hoofdstuk over de Nederlandse portzegels 1881-1887 bestudeert, dat in de 14de aflevering van het onvolprezen Handboek Postwaarden Nederland (HPN) wordt behandeld. Vooral de technische aspecten op p. I2-27 t/m I2-50 geven talrijke bijzonderheden, die ook voor de koloniale portzegels gelden. Immers, de randen van deze portzegels zijn gebruikt voor de portzegels van zowel Nederland, Nederlands-Indië, Curaçao als Suriname. Alleen de kleur werd aangepast. Uitgelegd wordt wat clichés zijn, waar zij vandaan komen, hoe deze tot een drukvorm van 200 stuks werden samengesteld, welke veranderingen in zo’n zetting in de loop van de tijd werden doorgevoerd en wat daar de gevolgen van waren. In duidelijke, kleurrijke schema’s worden de verdelingen van de typen I,II, III en IV over het vel in de verschillende zettingen afgebeeld. De Nederlands-Indische portzegels zijn in vellen van 200 stuks gedrukt. Voor de portzegels van Curaçao en Suriname is het belangrijk om te weten of de waarden zijn gedrukt van de bovenste helft van het vel van oorspronkelijk 200 randen of van de onderste helft. Daarnaast worden de gebruikte kamperforaties besproken en ook wanneer zij zijn gebruikt.
Zonder het HPN binnen handbereik is het praktisch zinloos om u in deze portzegels te verdiepen.

Oplagen
Uit het overzichtelijke schema van de afleveringen portzegels van Nederlanden Koloniën op p. I2-34 en I2-35 zijn de volgende aantallen zegels nader uitgewerkt. Daarbij is voor wat Nederlands-Indië betreft geen onderverdeling gemaakt van de oplagen in de verschillende tandingen.

Nederlands-Indië

Waarde type I type II type III type IV totaal
2½c 130.284 127.323 293.139 41.454 592.200
5c 304.920 297.990 ? ? 1.386.000
10c 65.252 63.769 163.130 4.449 296.600
15c 43.692 42.699 109.230 2.979 198.600
20c 431.244 421.443 1.023.880 83.633 1.960.200
30c 24.552 14.322 97.526 – 136.400
40c 64.548 63.081 145.233 20.538 293.400
50c 114.400 111.800 286.000 7.800 520.000
75c 65.208 63.726 146.718 20.748 296.400

De precieze aantallen van type III en type IV van de 5 cent zijn niet meer na te gaan, omdat een gedeelte van de oplage is gedrukt in vellen van zowel zetting 1a als zetting 1b. Het verschil tussen beide zettingen is dat in zetting 1b één oorspronkelijk cliché van type Iv uit zetting 1a is vervangen door een cliché van type III. Wij weten niet hoeveel vellen van zetting 1a respectievelijk zetting 1b zijn gedrukt voor de 5 cent.

Curaçao

Waarde type I type II type III type IV totaal
2c 11.136 6.912 20.352 – 38.400
5c 1.560 390 37.050 – 39.000
10c 4.263 2.646 7.791 – 14.700
12½c 4.147 2.574 7.579 – 14.300
15c 3.973 2.466 7.261 – 13.700
20c 592 148 14.060 – 14.800
25c 544 136 12.920 – 13.600
30c 592 148 14.060 – 14.800
40c 572 143 13.585 – 14.300
50c 4.321 2.682 7.897 – 14.900

Suriname

Waarde type I type II type III type IV totaal
2c ? ? ? – 33.600
5c ? ? ? – 23.000
10c 3.976 142 9.656 426 14.200
20c 2.256 5.922 5.922 – 14.100
25c 3.976 142 9.656 426 14.200
30c 2.254 322 29.624 – 32.200
40c 3.920 140 9.520 420 14.000
50c 9.106 6.280 16.014 – 31.400

De precieze aantallen van de typen van de 2½ cent en 5 cent zijn niet meer na te gaan omdat een gedeelte is gedrukt van de bovenste helft van het vel van 200 stuks en een gedeelte van de onderste helft. De verdeling daartussen is niet bekend.

Voorbeeld: aantal zegels Curaçao 25 cent type I met plaatfout ”Open lijst”
Uit bovenstaande opsomming kunt u afleiden hoe weinig van sommige zegels in de diverse typen zijn gedrukt, vooral van Curaçao en Suriname. Daar komt bij dat waarschijnlijk maar weinig van deze zegels zijn overgebleven. De hoge cataloguswaarde van dergelijke zeldzame typen is zo enigszins verklaard. Wij kunnen verder gaan.
Een voorbeeld. Hoeveel portzegels van Curaçao in de waarde 25 cent zijn er gedrukt met de plaatfout ”Open lijst”? Om deze puzzel op te lossen is naast het HPN een ander boek nodig. Dat is het Handboek der Postwaarden van Nederlandsch-Indië, deel II (HPN-I). Dit boek uit 1924 is alleen nog maar antiquarisch verkrijgbaar, maar wordt gelukkig nog vrij regelmatig op veilingen aangeboden, bijvoorbeeld Boekenland. In dit HPN-I zijn de portzegels van Nederland en Koloniën behandeld, waarbij alle plaatfouten en plaatfoutjes en de posities daarvan in het vel zeer gedetailleerd worden beschreven.

De gezochte plaatfout komt voor bij portzegels in het type I. Daarvan zijn 544 exemplaren gedrukt. In het HPN staat dat voor de 25 cent de onderste helft van het vel van zetting 2b is gebruikt (p. I2-35). Afb.51 op p. I2-38 laat deze zetting zien. Daaruit blijkt dat type Islechts 4x in dit veldeel voorkomt en wel op de posities 105, 106, 116en 127. In het HPN-I wordt de plaatfout ”Open lijst” afgebeeld op plaat XII, fig. 63 en heeft het nummer 16 gekregen. Op p.112 van het HPN-I lezen wij dat deze plaatfout in de onderste helft van het vel voorkomt op rij 11, zegel 5, oftewel positie 105. Met andere woorden: een op de vier portzegels van het type I bevat deze plaatfout.
Van de ”Open lijst” in de waarde 25 cent van Curaçao zijn dus 544 : 4 = 136 stuks gedrukt.

Platen
Het platen van deze portzegels is heel goed mogelijk. Maar wij moeten wel realistisch zijn: het bijeenbrengen van grotere hoeveelheden portzegels van Curaçao en Suriname is lastig, en zeker in paren, strippen, blokken en grotere eenheden. Daarbij mag men niet al te kritisch zijn op de kwaliteit van de Curaçaose portzegels, want deze zijn op zeer kwetsbaar papier gedrukt. Voor Curaçao en Suriname lijkt het enige haalbare het positioneren van de zegel, wat overigens op zichzelf al een leuke bezigheid is.
Heel anders is dit voor de Indische portzegels. Deze zijn te koop in grote hoeveelheden zowel gebruikt als ongebruikt (de 20 cent uitgezonderd), vaak zelfs in veldelen, en bovendien zeer betaalbaar. Het reconstrueren van het oorspronkelijke vel aan de hand van het positioneren van de zegels is dan ook heel goed te doen. Er ontstaat een interessant verzamel-gebied wat u veel studieplezier zal opleveren.

Literatuur

  • Prof. Dr. G. Holstege en J. Vellekoop, Handboek Postwaarden Nederland, aflevering 14 (Portzegels 1881-1887), Joh. Enschedé Amsterdam
  • H.Y. Gatsonides, P. W. Waller et al., Handboek der Postwaarden van Nederlandsch-Indië deel II, uitgegeven door de Nederlandsche Vereeniging van Postzegelverzamelaars, Joh. Enschedé en Zonen, Haarlem 1924
  • Frank W. Julsen en A.M. Benders, A Postal History of Curacao, J.L. Van Dieten 1976
  • Dr. J.D. Riddell, Suriname. A Postal History 1700-1956, Kloosterzande 1970
  • De boeken van Julsen en Riddell bieden voor wat de portzegels betreft geen nieuwe of andere gezichtspunten en zijn voor het platen niet noodzakelijk.

Belangrijk: gewijzigde veilingdata veiling 656

De veiling vindt ditmaal plaats gedurende drie dagen.

De veiling wordt gehouden van woensdag 14 oktober tot en met vrijdag 16 oktober.

In tegenstelling tot eerdere berichtgeving eindigt de veiling dus op vrijdag 16 oktober en niet op zaterdag 17 oktober.

Wij verzoeken u hiermee rekening te houden bij het plannen van uw biedingen.